*


Het tweede jaar op de academie vond ik al beter. Ik had schilderen gekozen, want dat is toch het enige waarom je daarheen gaat. Ik had het gevoel dat ik iets leerde van de stillevens, de naaktmodellen. Het was allemaal op de klassieke leest geschoeid, maar ik vond het niet verkeerd. Al waren de leraren lopende karikaturen; ze hadden allemaal iets eigenaardigs, je wordt niet voor niets leraar op een kunstacademie. Ik trok me weinig van hen aan. Als ik bezig was met een stilleven dacht ik aan het trainingsveld, stond ik op het veld dan dacht ik aan het naaktmodel. Ik kon me niet meer focussen. Ik begon te zweven. Waar ik was was ik niet, ik zat mijn hoofd steeds ergens anders. Ik paste nergens tussen, kunstenaar voelde ik me niet, voetballer was ik te dromerig voor, voor het studentenhuis was ik te weinig studentikoos. Toch zag ik de problemen niet, het liep op alle fronten niet slecht, ik speelde regelmatig, zelfs was er weer een nieuwe liefde. Dat meisje was welliswaar nog vager dan ik, maar lief. Ze was wel degene die bepaalde wat er gebeurde, maar dat zijn toch altijd de vrouwen. We gingen ijs eten en liepen naar het park. Een stortbui barstte los en we renden naar haar kamer, daar vree‘n we, niet echt neuken. Zij kwam klaar, het onweerde, het was te romantisch voor woorden.

Dat was het ook, ik was te veel aan het romantiseren, ik droomde dat ik voetballer was terwijl ik in het veld stond, dan kun je niet dromen, dan moet je acties maken, dan moet je aanwezig zijn, dan moet je agressie tonen, bij mij was de agressie ver te zoeken, kwaad werd ik nooit. Genieten kon ik wel, we speelden uit bij Anderlecht en we wonnen, we wonnen toch al veel: hoogtepunt was de winst op Ajax in De Meer, in de competitie eindigden we bij de bovenste vijf. Vic Hermans stopte, hij ging weer iets in de zaal doen. Van der Kuylen ging naar PSV, dat vond ik jammer, hij is toch iemand waar je tegen opkijkt. Ook de oudere spelers vertrokken of braken definitief door in het eerste ( Max Huiberts, Senden, Luypers). Waterreus was onze keeper, maar al snel stond hij in het eerste, op de training was hij onpasseerbaar, bovendien was hij nog een van de beteren als hij meevoetbalde met positiespel of in een partij. Hij stond bekend om zijn eerlijkheid, hij zei altijd waar het op stond, dat zijn ze in Limburg niet gewend.

Behalve met Leon had ik buiten het voetbal weinig contact met mijn teamgenoten, hoefde ook niet. We hadden wel lol op de trainingen, maar daarna was het in de bus naar Heerlen stappen, op het station de junks proberen te ontwijken en dan de trein naar Maastricht nemen, meestal at ik onderweg wat bij Mc Donald‘s, echt gezond eten was er niet bij.


(volgende bladzijde)