15 juni
We gaan baden in de warmwaterbron, we dompelen onze gekwelde lijven onder in de hitte. Al gauw zitten twintig mensen in het water, we zien de Duitsers die we onderweg tegenkwamen en ook de Hollanders. Ze zijn met de bus hiernaartoe gekomen. En ja hoor, daar komen ook de Tjechen uit uit lavaveld naar beneden.
Ik heb het gevoel alsof de tocht al op zijn einde is, maar we zijn pas op een kwart, we vragen de wardens naar de situatie in het midden en noorden van het land. Ze zeggen dat veel nog onder water staat, maar dat de route die we in ons hoofd hadden wel te doen is. Het meisje vertelt over een gebied in het noorden dat erg mooi is, ze zegt dat de route die wij nemen vooral zwarte vlaktes voor ons in petto heeft. Charles luistert er niet naar, hij heeft zich in het hoofd gezet van zuid naar noord te lopen, hoe dan ook. Ik zie het minder zitten, vooral vanwege de aard van de route, het is een weg die normaalgesproken voor jeeps en zelfs bussen bedoeld is, dat vind ik geen gunstig vooruitzicht. Lopen over zo‘n weg is dodelijk voor de geest, het is een eindeloze weg die nooit ophoudt. In principe houd ik niet echt van lopen, maar door gebieden waar het niet anders kan doe ik het graag, zodra er auto‘s en zelfs bussen op mijn pad kunnen rijden vind ik het duidelijk minder interessant. Maar we hebben afgesproken de tocht van zuid naar noord te maken, dus ik moet toegeven.
Sowieso moeten we een stuk met de bus doen. Voor we vertrekken is er een erg grappig tafereel aan de gang: een oude Amerikaan die met boyscout-outfit, half bezwijkend onder een rugzak die behangen lijkt met het interieur van een compleet huis, zijn lichaam in de houding van wanhoop geknikt, met een gebroken stem nog net weet uit brengen: "I‘m too old for this..." en nederig aan de buschauffeur vraagt: "I got three thousand on me, can you get me back home..." "To America?" antwoordt de chauffeur IJslands droog lachend. De Amerikaan lijkt zo uit een stripboek te zijn weggewandeld, uit Lucky Luke of zo.
De bus rijdt met gemak door rivieren, we zitten achter een groepje mannen van middelbare leeftijd, ze spreken over computers, ze zijn er erg enthousiast over; ik heb dat computerenthousiasme nooit begrepen. Vooraan in de bus zit de stripboek-amerikaan, hij is uitgeput, zijn lichaam wil niet meer en dat straalt ook van hem af, toch probeert hij af en toe een snedige opmerking te maken, anders zou het geen Amerikaan zijn.
De bus stopt, mensen stappen uit om foto‘s te maken, de computernerds fotograferen werkelijk elke steen, een van hen lijkt wat problemen te hebben met zijn motoriek. Het is wel een aardig gezicht zo‘n groepje fotograferende mensen in het zwarte zand. Wij tonen weinig interesse in het uitzicht, elke meter met de bus is er een te veel, ik kan me niet meer voorstellen dat ik wel blij was een stukje met de bus af te leggen. Ik slaap wat, Charles ook. We rijden helemaal terug naar Selfoss, waar we een andere bus richting Gullfoss nemen. Tussendoor werken we snel een hot-dog met sate en ketchup naar binnen. Erg lekker toch dat junk-food.
De chauffeur rijdt maar tot Geysir zegt ie, we moeten wel instemmen om niet vast te komen zitten in het godverlaten Selfoss. Hij rijdt als een waanzinnige over de wegen, bij Geysir flikkert hij ons eruit en vervolgt zijn dodemansrit naar het niemandsland. Daar staan we dan bij een soort snackbar annex tankstation annex toeristenwinkeltje. Er is een grasveldje dat dienst doet als camping. We zetten de tent op, rammen een Knorr-maaltijd in elkaar en ik bekijk aandachtig een meisje dat speelt met haar neefjes en nichtjes . Ze is mooi maar nog veel te jong om aan te denken. Ik zou haar over een paar jaar nog eens willen tegenkomen.
We zijn in Geysir, dus bij de wereldberoemde geiser! In de damp liggen ze op een rijtje; Strokkur die nog flink actief is en om de haverklap zijn water dertig meter de lucht in spuit en dan Geysir die al heel lang niet meer heeft gespoten, hij zou tachtig meter de lucht in gaan. Even lijkt het erop dat Geysir gaat spuiten, maar na een indrukwekkend gerommel komt een flinke waterbundel niet hoger dan enkele meters, het moet inderdaad een imponerend gezicht zijn die grote jongen de tachtig te zien halen.
(foto)
(16 juni)