12 juni

"Dit is weer die lekkere dansplaat.. dans maar en sjans maar ook als je geen enkele kans maakt" Dit nummertje van Brainpower zit al dagen in mijn hoofd en het is waar dat het lekker in de mond ligt, maar echt passen bij dit ongerepte land doet het natuurlijk niet. Maar we zijn er goed in, in het goddelijke van de bergen te banaliseren met het uitbraken van dooddoeners. We zijn tenslotte geen opaÕs met grijze baarden geitewollensokken die genieten van de wonderbaarlijke schepping. Nee, we zijn jonge sterke kerels, en we willen het weten ook! Die rugzak is een puistje op onze sterke schouders en de woeste rivieren zijn vriendelijke beekjes, die vormen toch geen enkel probleem, we zijn toch harde jongens. Of niet dan?

Weer komen we Duitsers tegen, we reageren wat sympathieker deze keer, komt dat misschien omdat er blonde biening bij is die in haar witte onderbroek klaar staat om het koude water te trotseren? De jongen waarschuwt ons voor een wilde gletsjerrivier die onoverbrugbaar is. Ze komen uit Berlijn. We laten ze achter, ik denk aan mijn schilderijen die nu bij Paula in de galerie hangen. Zou er al wat verkocht zijn? Het is warm. We lopen door een woestijnachtiggebied met uitgedroogde rivieren en ademen een stoffige lucht. Het is een stuk om je verstand op nul te zetten en je gedachten te laten afdrijven zodat je niet meer merkt dat je loopt, laat staan dat je bestaat. Een bank heeft de grote schilderijen gekocht, een belangrijk museum staat te popelen om mij een grote solotentoonstelling te geven. Zo gaat dat. De hitte stijgt op uit de grond en laat de lucht trillen. Ik heb dorst. De fles is bijna leeg, we moeten water sparen tot het volgende riviertje. Het zand is zwart, het felle licht ontdoet het landschap van zijn kleur, ik volg mijn schaduw. Er komt een punt dat het verstand echt op nul staat en de gedachten niets meer met je denken te maken hebben. Ik volg de bewegingen van mijn schaduw en probeer in mijn hoofd stil te gaan staan, het nulpunt te bereiken.

Het lukt niet, Charles roept iets. Het verstand hoeft ook eigenlijk niet op nul. Waarom? Charles loop al een paar uur achter me, zou hij het moeilijk hebben? Ik hoor hem niet klagen, we hebben gewoon een ander tempo, maar ik begin het toch ook te voelen en ben blij dat we een riviertje zien. Het water is koel en helder, ik moet me beheersen om niet liters naar binnen te gulpen. We pauzeren met de rug tegen een warme steen en het gezicht naar de zon gericht en het geluid van een stromende riviertje in de oren. Ik zou er een dag kunnen blijven zitten, maar we moeten verder. De route roept. Het woestijnachtige gebied blijft aanhouden, aan de rechterkant doemt de Myrdalsjokull weer op. Voor ons doemen rotsachtige bergen op. Bij een gapende kloof uitgesleten door de gletsjerrivier waar de Duitser het over had staan we stil. Het water kolkt in de diepte, het heeft een agressieve bruine kleur, de rotsen zijn rood, Engelsrood van ijzer. Witte vogels zweven op de gunstige thermiek van de kloof. Zweefvliegtuigen. De maat van deze canyon is niet te bevatten, we voelen ons kleine poppetjes in een land voor reuzen. De rivier is een onneembare hindernis, maar het pad gaat op de kaart toch echt eroverheen. We lopen stroomopwaarts, ons voorbereidend op een onmogelijke oversteek, een oversteek die fataal kan zijn. Ik zie beelden voor me van rugzakken die meegesleurd worden door de watermassa of erger: ik zie onszelf schreeuwend tegen een rotsblok te pletter slaan.

Onze opluchting is groot als we toch een brug aantreffen, we zijn blij en slaan elkaar in de handen. We lachen om de Duitser die omgedraaid was bij het zien van de rivier. Na een pittig klimmetje dat ons toch nog even weet te slopen, zien we de hut liggen die vandaag ons eindpunt vormt. Er blijken Canadezen te zijn, een man van rond de 45 met zijn vrouw en zoon met vriendin. De warden is een komische jongen met IJslands bier in huis en hij heeft zelfs een warme douche voor ons in petto. Hij krijgt ons op zijn hand met zijn droge humor en zijn grappige uitspraak van het Engels. Op een vraag van de Canadezen of het mogelijk is een gletsjer te beklimmen antwoord hij droog: "possible - yes, advisable - no" Dit nemen we gretig over en wordt ons motto voor de komende week. Verder vertelt hij over een hardloopwedstrijd van Landmannalaugar (waar wij over een paar dagen zullen zijn) naar Thorsmork (waar we gisteren waren), de winnaar deed over deze bizarre tocht acht uur, dat is echt ongelooflijk als je bedenkt dat wij voor dezelfde afstand drie dagen nodig zullen hebben, weliswaar met zware rugzak, maar toch... die wedstrijd is echt gekkenwerk, een wedstrijd voor waanzinnigen. Possible: yes, advisable: no dus. Thor haalt de vlag die fier wapperde voor de nacht die geen nacht is omlaag. Charles houdt wel van deze symboliek en van de vlag op zich. Ik ben er niet van ondersteboven. De hutten zijn trouwens heel wat luukser dan we dachten, alles is er; kacheltje, butagasfornuisje, kookgerei en comfortabele bedden. Toch prefereer ik het tentje eenzaam in de bergen


(foto)

(13 juni)