21 juni
Nog steeds klinkt de radio, of is het alweer? De nacht was in ieder geval veel te kort. De vrouw vertrekt om negen uur uit het huis en wij dus ook. In stadstempo eten we en pakken we in.
Half slapend nog begeven we ons weer op weg. Na een kilometer of tien bereiken we een dam die van het meer waar we de hele tijd langs liepen een stuwmeer maakt. Er wordt druk gewerkt aan het perfectioneren van de weg. Grote vrachtwagens strooien zout en egaliseermachines effenen de weg zodat zelfs touringcars kunnen passeren.
Eindelijk verlaten we de autobaan, de zon brandt en ontelbare kleine vliegjes cirkelen om onze koppen. Niemand steekt gelukkig. We lopen een stuk off-road door een heuvelachtig soort pollengebied, waar kleine kleurrijke bloemen groeien op stukken mos. Dit gebied gaat over in een moerasachtige ondergrond naast een paar meren. In de verte zien we de hut weerkaatst in het water. als je stil staat ben je een vliegenmagneet, ze cirkelen om je kop en lijken alleen te willen ruiken, ik vind het best zolang er niets steekt of bijt.
Al snel zijn we bij de hut, waar we in het gras gaan liggen en genieten van de zon. Maar na een tijdje koelt de bries ons toch te veel af en moeten we de hut in orde gaan maken. Het is een kerkhof voor dikke strontvliegen, de geur van petroleum zit in de erg ongestructureerde houten planken waarmee de hut is opgebouwd. Het uitzicht over het meer is fantastisch, dit is een ideaal vogelgebied, we horen ze dan ook van alle kanten fluiten. Ondanks de bouwvallige staat van de hut is dit geen verkeerd plekje. Zeker met in het achterhoofd dat dit de laatste hut zal zijn in onbewoond gebied, in de ongerepte natuur dus.
Nu we zo dicht bij het einde zijn is de drang om de tocht af te maken bij mij niet meer zo groot. Het zou me best bevallen als we hier een week zouden blijven. Af en toe wat tekenen, proberen vissen te vangen in het meer, luisteren naar de vogels en rustig luieren in de zon gezeten op de kleine veranda van de hut. Dat is niet slecht toch?
We toepen en maken van een stukje stof een balletje waar we 1 tegen 1 mee spelen. Mijn doel is de deur, Charles verdedigt een stoel. Binnen de kortste keren zijn we bezweet als otters, de ramen beslagen, Charles wint door op z‘n Duits mijn aanvallen af te slaan. Ondertussen is buiten razendsnel de mist komen opzetten, waardoor we de midzomernachtzon "verpassen". Het meer ligt onder een grijze deken. Jammer, het was mooi geweest de zon de horizon te zien raken en meteen weer te zien stijgen.
(foto)
(22 juni)