18 juni
In de lichte nachten heb ik keer op keer kettingdromen, het is een wonder dat ik uitgerust weer wakker wordt. Ik droom over Amsterdam en over de wedstrijd die we gaan spelen tegen Ajax, natuurlijk heb ik steeds fantastische acties in huis. Ik open mijn ogen en wordt door de wind die nog steeds tegen de hut aanbeukt teruggeworpen in de realiteit. Charles is ook wakker, we kleden ons aan eten de muesli en drinken onze thee.
Er wacht weer een rivieroversteek en in deze storm is dat niet de fijnste bezigheid, door het ijskoude water koel je af en waar je normaal gesproken even in de zon kon gaan zitten om weer op te warmen zal nu de poolwind door ons heen willen snijden. We lopen een stuk langs de rivier, stellen de oversteek eigenlijk uit, als we het er toch op wagen, blijkt het zoals steeds mee te vallen. In de luwte van een zandduin drogen we ons af en kleden we ons aan.
We volgen nu de paardenroute, meerdere paden naast elkaar zijn diep uitgesleten in de vlakte. De tactiek van om en om achter elkaar lopen werkt redelijk, doorheen de zandstorm blijken we toch een redelijk tempo aan te kunnen houden. Eerder dan we dachten zijn we bij het punt waar we een rivier over moeten om bij een hut te komen. Na bestudering van de kaart en vergelijking met de bergen aan onze linkerhand concluderen we dat het inderdaad het pad naar de hut moet zijn. Gelukkig is er een brug gebouwd over de snelstromende rivier. De vermoeidheid zakt van ons af als we vrij snel de hut zien. De wind die op ons in blijft beuken brengt nu zelfs natte sneeuw mee, maar kan ons niet echt meer deren met een warme hut binnen handbereik.
Charles weet als kachelkoning de twee kacheltjes aan de praat te krijgen en binnen geen tijd heerst binnen een sauna-achtige temperatuur. Dit merk ik als ik naar buiten ren om de wc te gebruiken. Dit hutje is gewoonweg ideaal, schoon, goed onderhouden en helemaal voor ons alleen. De kraan werkt op een soort pneumatisch systeem, met een hendel zet je een grote zuignap in werking die het water omhoog pompt. Ook hier weer een kaartspel, we toepen, weer win ik niks. We eten, dit keer eens niet de good old Knorr maaltijd, maar het meer professionele Adventure Food, dit blijkt duizend keer beter te smaken dan de Knorrsmurrie waar we eerst toch niet ontevreden over waren. We zijn er blij mee, vooral omdat het ook nog eens flinke porties zijn, hoewel we over te weinig eten niet hoeven te klagen. Onze hoeveelheid voedsel is buitenproportioneel groot, het ziet ernaar uit dat we zelfs wat over gaan houden, al komt dat ook door het stuk met de bus dat ons zeker twee tot drie dagen heeft opgeleverd.
De hut kijkt uit over een rivierdelta en een berg bedekt met een gletsjer die schuilgaat onder een dikke wolkendeken. De sneeuw raast voorbij. Ik teken en film, beide batterijen zijn leeg, de camera is nu nog slechts balast, maar de beelden die we geschoten hebben zullen adembenemend mooi zijn. Op dit moment zou ik graag in mijn atelier staan met tien lege doeken voor mijn neus. Tekenen is leuk, maar schilderen, dat is toch het echte werk. De wind heeft die behoefte toch niet eruit kunnen beuken, de wind heeft eigenlijk niks uit me kunnen beuken. We zijn vrij snel hersteld, al is de gedachte aan het kilometers tegen de wind in gebogen met een zware zak op je rug ploeteren, niet de meest opbeurende. En toch is dit wat ons morgen waarschijnlijk weer te wachten staat.
(foto)
(19 juni)